Ik ben opgegroeid in het pittoreske dorpje Hoogwoud. Natuurlijk een echt boerendorpje met een rijke en uitgebreide historie. Zo heeft hier waarschijnlijk al rond 1400 een kasteel gestaan welke waarschijnlijk omgedoopt werd tot burcht en door graaf Floris V gebruikt werd om de West-Friezen in toom te houden. Hij had hiervoor niet alleen deze burcht, maar ook kasteel Radboud en nog legio andere kastelen/burchten. Maar helaas. Er was veel meer voor nodig als een paar hompen steen en een groot leger soldaten. West-Friezen zijn een eigenaardig volk en laten zich niet onderdrukken en dus kon hij vertrekken.

Leuk dorp dus, maar het dorpse leven kon niet echt aansluiting bij mij vinden. En daarbij woonde ik in een nieuwbouwwijk in zo'n boerengehucht. Dus nee, ik voelde me niet echt thuis. Ik vond dat er weinig te doen was en wilde het bruisende leven van de grote stad. Als ik wat wilde beleven, kon ik het beste in Hoorn terecht. Dat was 15 km verderop wat ik een behoorlijk eind fietsen vond. Met de bus was het drie kwartier rijden en het kostte ook nog eens zes strippen. Hier was ik geen voorstander van.

Op mijn 18e verhuisde ik naar Diemen, een plaats vlakbij Amsterdam. Hier ging een wereld voor mij open. Al die verschillende culturen bij elkaar. Mede doordat ik als duidelijke niet-Jood werd aangenomen als secretaresse bij de Portugees-Israëlietische Gemeente kreeg ik een echt kijkje in de keuken van deze soms wat on-Nederlandse cultuur. Hier vertel ik verder over bij het kopje werkverleden. Hierna heb ik nog een jaar of vijf in Purmerend gewoond wat half-half was. Niet het landelijke van het dorp en duidelijk ook niet het bruisende van de stad.

Uiteindelijk ben ik op mijn 30e naar Wognum verhuisd. Een klein plaatsje met zo'n 5.000 inwoners en zo'n 40 km boven Amsterdam. En het grappige is dat het op slechts 8 km van mijn geboortedorp Hoogwoud ligt. Het kan raar lopen in het leven. Hoewel het hier ook een beetje haf-half is, heb ik het hier wel naar mijn zin. De ene helft is de achterkant van het appartement: vanuit de luie stoel en de eethoek kijk ik uit over de landerijen met paarden, koeien en schapen. Zomers geniet ik van de tuin met vlinders en af en toe een Roodborstje of een Koolmeesje. Daarbij lekker barbecueën met mooi weer en een gezellig muziekje erbij. Ook haal ik in de zomer verse aardbeien bij de kweker hier in het dorp. Hier kan ik echt van genieten. ‘s Winters krijg ik bijna dagelijks bezoek van een merel. Deze vogel komt dan een appel halen en zit dan mooi al die tijd in de tuin te koekeloeren. Ik ben dan blij dat ik binnen zit want het is best koud buiten.

De andere kant van het half-half is dat ik op loopafstand van de winkels en de supermarkt woon. Ik kan me vinden in dit half-halfje. Alleen het bruisende van de stad mis ik zo af en toe. Dan ben ik dus in Amsterdam te vinden.

Klik hier om mijn CV te lezen.